Nr. 1 expert in karpervisvakanties

Spinsels van een amateur (deel 12) - Denken over blanken

Geen best jaar…

We schrijven eind september 2011. In het geval dat er toch zoiets als goden bestaan is de god die zich over de karpers ontfermt mij niet goed gezind. Gek wel, iets moet hem of haar nijdig hebben gemaakt. Ik weet alleen niet wat?! Ik heb mij netjes gedragen aan de waterkant; visveilig gehandeld; niet te veel of onnodig bijgevoerd; zelfs soms twee emmers water bij de onthaakmat... !? Daar komt bij dat ik mij ondanks het serieuze aantal blanks niet kinderachtig of klagend heb opgesteld. ‘It’s all in the game’...! En ik heb het ook niet opgegeven of zoiets. Ik zat er toch maar steeds weer, met dat langzaam afnemend zelfvertrouwen. Tevens heb ik zonder morren een aantoonbaar onterechte boete betaald. Gewoon omdat ik dacht dat de lokale boswachterij een beetje steun kan gebruiken. Èn… ik ben lid geworden van een extra visvereniging (heb dus ook hier geld gedoneerd!) op wiens wateren ik wel wilde, maar nog niet heb kunnen vissen vanwege de beperkte tijd die mij ter beschikking staat. Kortom, heel eerlijk gezegd, ik zie zelf geen aanleiding om mij slecht te behandelen.
Zou die ‘karpergod’ gewoon een irritante baas zijn...? Zo’n machtswellusteling die zonder aanleiding en met willekeur mannen zoals ik tot ‘blanken’ veroordeelt en daarbij geen rekening houdt met welke vorm van goed gedrag dan ook?! Of schuilt er iets anders achter mijn tegenvallend seizoen. Iets waardoor logisch blijkt dat je gewoon krijgt wat je toekomt. Gebaseerd op een soort onnavolgbaar ‘puntensysteem’, waarvan alleen de ‘grote baas’ de betekenis kent...? En stel even dat dit zo is..., dan heb ik het dit jaar echt niet goed gedaan! En van die gedachte baal ik. Het roept tevens de emotie op dat het billijk zou zijn als wij, de normale ‘stervelingen’, iets meer inzicht zouden krijgen in de ‘spelregels’ van dit ‘goddelijk systeem’… toch? Een soort ‘handleiding’ waarmee je door alle willekeur heen een rode draad kunt ontdekken. Ik ben alleen bang dat de karpergod geen copietjes draait en wij dus zelf onze handleiding moeten schrijven.

Het belang van een ‘open mind’

Ik realiseer mij overigens, terwijl ik dit nu schrijf, dat er bij mij in de afgelopen paar jaren al iets van een bewustzijn heeft gevormd. Je zou het een bescheiden handleiding kunnen noemen, maar dan met een wat chaotische index en niet in het Nederlands geschreven. Waardoor ik er op die momenten dat dit wenselijk is geen gebruik van kan maken. Waardoor ook niet het heldere inzicht op de voorgrond staat wanneer het vissen tegenvalt, maar eerder het gevoel van frustratie. Dat laatste staat weer het hebben van een ‘open mind’ in de weg, terwijl juist het ‘ruimdenkend zijn’ zo verschrikkelijk nuttig is bij het oplossen van problemen. De bewustwording van hoe je had moeten handelen volgt bij mij altijd later, meestal ten gevolge van bespiegelingen achteraf.
Maar wat zit nou eigenlijk zo’n ‘open mind’ in de weg? Ik vroeg het mij laatst af. Zijn gebeurtenissen herkenbaar waardoor deze ‘state of mind’ onder druk komt te staan. En kunnen we hier iets mee? Om iets van logica te vinden in ons ‘blankgedrag’ heb ik een mooi voorbeeld opgezocht. Het betreft een sessie in Frankrijk destijds in de nazomer van 2011, waarin duidelijk werd hoe verschillende gebeurtenissen leiden tot het ontbreken van een ‘open mind’ en het blanken vrijwel onontkoombaar leek.

De relativiteit van veel bravoure…

Twee keer per jaar is het mij gegund naar het Franse af te reizen. Heerlijk! Ik leef er elke keer weer naartoe. Het is gek, maar daar waar ik doorgaans vrij genuanceerd gedrag vertoon, lijkt vlak voor vertrek ‘overdrijven’ mijn vak! Met niet mis te verstane woorden prognosticeer ik schaamteloos bergen karpers voor de periode die gaat komen. Ook dit keer. Ondanks dat ik weet hoe zwaar het soms kan tegenvallen, zeker gezien de moeilijkheidsgraad van het water. Ik leg de lat graag lekker hoog. Mijn maat werkt daarbij als krachtige katalysator. In woorden zijn wij beiden binnen no time ‘eigenaar’ van alles wat er in Frankrijk rondzwemt. Ik vergelijk dit ‘opfokken’ een beetje met wat boxers of zwaargewichten uit het American Wrestling doen wanneer ze tegen elkaar opbieden. Zo komt de adrenaline vrij zonder echte inspanning. Lekker! Het enig wat je nodig hebt is een grote mond en een fikse dosis fantasie.
Eenmaal bij het water aangekomen neemt deze ‘bravoure’ af. De aanblik van een onbekend werkterrein zet je weer met beide benen op de grond. Nu komt het op daden aan in plaats van woorden. Ik wil niet zover gaan dat hoogmoed voor de val komt, dat vind ik veel te cliché en belerend, maar de ambities, hoe speels ook bedoeld, zijn te hoog gegrepen. Wat ook de uitkomst mag zijn van de week, het zal nooit voldoen aan die fantasie… derhalve is een zeker falen al vanaf aanvang onvermijdelijk. En omdat het gevoel van falen niets anders is dan een confrontatie tussen ambitie en de realiteit is iets van dat blanken al begonnen, zelfs nog voor aanvang sessie.
Hiermee bedoel ik overigens niet dat ambities hebben slecht is... welnee! Sterker nog, ook de volgende sessie ligt de lat weer op die onbereikbare positie. Dit is namelijk gewoon erg gezellig, ook een prima drijfveer om te presteren en geen enkel punt zolang je maar bewust blijft van de relativiteit van je eigen gefantaseer en in die zin ook ten volle bereid bent om te falen vanuit een zekere betrekkelijkheid of ruimhartigheid; een open mind dus!

Het belang van mentale veerkracht…

We hadden meerdere stekken op het oog om een beetje ruimte te hebben en te kunnen variëren. Ik had inmiddels geleerd dat het verstandig is om niet op één paard te wedden. In het echt zagen de stekken er minder florissant uit dan we hadden verwacht. Waar wij meenden steeds met z’n tweeën te kunnen zitten bleek eigenlijk alleen ruimte voor één visser. Dit had niet zozeer met de afmetingen te maken, als wel met de posities van aanwezige obstakels. Hierdoor zouden te veel hengels tot onveilig vissen leiden en dit is voor ons niet acceptabel. Hier komt bij dat wij gezelligheid waarderen en dus graag bij elkaar in de buurt blijven. Het basiskamp werd hierdoor noodgedwongen een passen en meten. Het viel dus allemaal een beetje tegen, maar we zijn flexibel en hebben goede zin dus vooruit maar…
Geestig overigens hoe zoiets verloopt. Bij het inrichten van ons basiskamp komen we nooit met dezelfde oplossing, maar we eindigen wel steeds op dezelfde plek. Hier begint feitelijk het vissen al en toont zich de complexiteit van onze bezigheid. Want zelfs bij het opstellen van de bivvies moet rekening worden gehouden met een palet aan praktische zaken: hoe gaan we in de nacht rennen; hoe kan hier het beste een vis worden geland; waar wordt geposeerd; waar maken we ons eten; waar dat van de karpers…? Je wordt gedwongen verder te kijken dan je neus lang is. Hoe basaal ook de activiteiten en ogenschijnlijk onbeduidend, zij staan steeds in dat ruime perspectief dat nodig is om mooie vissen te kunnen vangen. Een perspectief van waaruit voortdurend gehandeld moet worden en het vermogen vraagt om vrij, maar ook vooruit te denken. Het is geconcentreerd en ontspannen zijn tegelijk.
Het wat tegenvallen van de stekken had niet een zodanige impact dat wij uit ons doen raakten. Maar dat het een gevoelig mentaal evenwicht betrof, werd duidelijk toen mijn telefoon ging net op het moment dat de lijnen nat waren. De Oma van mijn geliefde bleek die ochtend te zijn overleden. Tja, daar sta je dan… En ook al zit je honderden kilometers onvindbaar uit het zicht van het ‘gewone leven’, je raakt op zo’n moment weer hopeloos verbonden met die andere realiteit. Zo’n bericht doet acuut je vermogen om ‘ruim te denken’ afnemen. Sores aan je hoofd werkt slecht. Opeens stonden niet meer die zorgvuldig opgebouwde strategieën op de voorgrond, maar alleen het ‘goed de nacht doorkomen’. Automatisch val ik terug op dat wat ik gewend ben te doen, de routine, ongeacht het feit dat de context op dit water om iets wezenlijk anders vraagt. Het ‘blanken’ is begonnen…

De valkuil van opportunisme…

Dezelfde avond nog loopt een van de hengels van mijn maat af. Hij weet de vis helaas niet te landen. Het dier heeft zich vast gezwommen en de lijn breekt als hij voelbaar langs iets scherps schuurt. Het gekke is dat wij beiden vooral blij zijn met het signaal. Er zit dus vis op de stek! We balen wel van het verlies, maar het gevoel heerst dat we dat straks wel weer goed maken. Een zekere ontspanning gaat hier vanuit. Dit wordt nog eens versterkt als diezelfde nacht nog eens twee hengels aflopen. Beide vissen worden (gek genoeg) niet gehaakt, maar het signaal is duidelijk: de vis voelt als binnen handbereik.
Het is dan ook dit gevoel dat ons definitief doet afstappen van onze eerste overtuiging om bij aanvang kort meerdere gebieden af te tasten met verschillend aas en wijze van presenteren. Dit om de vis te zoeken vanuit de wetenschap dat het een moeilijk water is en meerdere stekken te onderhouden voor als het ergens tegenvalt. Het is dus geen bewust besluit om nu toch meer traditioneel twee vaste gebieden te bevissen. Het is ingegeven door ons opportunisme, als gevolg van het vroege ‘succes’ en de gedachte de vis reeds gevonden te hebben.
Het resultaat is dat wij een paar dagen verliezen waarin blijkt dat ons enthousiasme wat voorbarig is; dat te veel lijnen en obstakels ons parten spelen; dat zich bewijst dat het inderdaad geen water betreft waar het makkelijk vangen is; dat de waarschuwingen kloppen. Ik weet het natuurlijk niet zeker, maar iets zegt mij dat wanneer we de tijd gebruikt hadden om meerdere ‘holding areas’ te vinden we verder waren gekomen. Al was het maar deels gedaan... Het is blijkbaar moeilijk te blijven geloven in een oorspronkelijke strategie, hoe goed onderbouwd ook, wanneer signalen verleiden. En het is nog moeilijker om een aangepaste strategie vervolgens weer terug te draaien, met andere woorden je ‘vergissing’ te erkennen. Dit vraagt om een ‘open mind’.

Gewoon te braaf…

Op het water waar we zitten is het niet toegestaan met een boot te varen. Begrijpelijk, want het is niet groot genoeg. De onrust als gevolg van zo ‘close contact’ is niet gezond en het oogt ook wat onnatuurlijk. Hetzelfde geldt voor markers in het water. Je mag wel werken met een voerboot en voor noodgevallen ligt er een roeiboot… ergens!?
Of het nu om openbaar- of betaalwater gaat, er zijn altijd regels. Deze zijn daarbij soms meer of minder streng of exact. Hoe dan ook, je moet ze altijd spiegelen aan wat je zelf verantwoord vindt. Dit bewustzijn heeft ook zijn effect gehad op de wijze waarop wij de sessie in Frankrijk doorleefd hebben en vermoedelijk ook op het gebrek aan succes dat ons ten deel viel. Want hoe logisch de regels ook leken, ons water zat vol met obstakels. Èn serieuze vissen (waaronder meerval!) die deze met ogenschijnlijke vanzelfsprekendheid wisten te vinden. Het feit dat er ‘ergens’ een boot op het water lag, waar in ‘noodgevallen’ gebruik van gemaakt kan worden, hadden we eigenlijk niet moeten accepteren. Zware obstakels hebben we zo gaandeweg de sessie moeten ontdekken. Het werplood en de fishfinder gaven gewoonweg te weinig exacte informatie. Wij wisten dit, maar hielden ons toch aan de regels.
Dat is wat wel vaker gebeurt. Hoe meer en stringenter de regels, hoe minder mensen zelf nog nadenken. Zo ook wij deze week. We hadden gewoon bij aanvang de boot voor een paar uur moeten claimen. Dan hadden we alle obstakels rustig en uitgebreid in kaart kunnen brengen. We zouden ze daarmee niet proefondervindelijk hoeven te ontdekken. Serieuze vis zou niet verspeeld zijn... Het blanken was misschien doorbroken.

Van monotonie naar verwarring tot twijfels…

We zijn inmiddels weer een paar dagen verder en het gevoel bekruipt ons dat het wel eens een zware dobber zou kunnen worden. We zijn nog steeds niet overgestapt op wezenlijk andere strategieën. Wij geloven, misschien tegen beter weten in, dat de vis er zit en gewoon geduld van ons verlangt. De ‘waiting game’, wie kent het niet?! Onze hardnekkigheid wordt echter niet beloond en het gevoel van een zekere monotonie bekruipt ons. Het weer werkt ook niet mee. Een stralend heldere hemel zo aan het einde van het jaar is prettig voor de mens, maar het maakt onze visvriend passief. Een paar dagen achter elkaar is het nu al hetzelfde tafereel; in de nacht is de temperatuur prima, op de dag stijgt langzaam het kwik naar tussen de 28 en de 33 graden. Omdat we met onze stek naar het westen kijken hebben we aan het einde van de middag de zon vol in het gezicht. We kunnen niets anders doen dan de schaduw in vluchten. De hitte werkt beklemmend, zo erg zelfs dat ik bijna blij ben dat de karpers zich gedeisd houden!
Dan springt er opeens een dikke big boven op m’n stek! Waar komt die nou vandaan? Bij het inzoomen met mijn verrekijker zie ik dikke plakkaten met bellen. Gezien het feit dat ik al dagen geen geluid uit mijn piepers heb gehad, bekruipt mij het gevoel dat er karpers rondzwemmen met een IQ van 180. Jezus, wat is hier toch aan de hand? Verschillende negatieve factoren beginnen in willekeurige volgorde door mijn hoofd te spoken: hengeldruk, lijnen die de vis verjagen, net niet de goede aanbieding, het weer, de stromingen, roofvis waardoor alleen die paar dikke jongens durven...? En die liggen nu net ergens anders in de zon te bakken?! Camouflage? Misschien hebben al 20 karpers het aas in de bek gehad, maar weet ik ze gewoon niet te haken... Ik kan hierdoor niet aan de gedachte ontkomen dat het zo verschrikkelijk jammer is dat ik niet even onder water een kijkje kan nemen. Maar ja, op dit water mag je niet met een boot. Het mysterie voltrekt zich buiten mijn gezichtsveld en plaatst mij mentaal op het randje van de afgrond. Alles is zo verwarrend...
Het laatste duwtje krijg ik als ik een Spiegel Magazine open sla. Daarin houdt een collega een betoog over hoe je kunt bouwen op het vertrouwen dat je hebt op je boilies... Het is een overtuigend verhaal, maar ik zit net vier dagen achter elkaar niets te vangen, dus dat voelt niet goed…! Tot overmaat van ramp lees je daarbij dat de auteur vindt dat het niet zo lekker loopt als hij maar 2 dikke biggen vangt... per dag! Nou dan loopt het vertrouwen snel van je af. De vertwijfeling slaat toe tot je daar bent waar je het gewoon even niet meer weet. Dat je jezelf gaat afvragen wat anderen zouden doen? De foute vragen natuurlijk, want ik moet mij eigenlijk afvragen wat ik zelf zou doen!
Ik zit op dat punt waarop je echt niet meer weet wat je nog meer kan doen. Het punt waarop ‘the waiting game’ het verschil maakt tussen echte vissers en recreanten. Ik heb er moeite mee merk ik. Samen met mijn maat besluit ik om de stekken op een alternatieve manier aan te voeren. Beetje ‘Danny-style’ spodden. We moeten ook wel, want de voerboot lijkt de kinkhoest te hebben. Hortend en stotend worstelt hij zich over het water. Hij maakt verdomme meer lawaai dan de oude Volvo van mij. Onze conclusie is dat de karpers er waarschijnlijk versneld door zijn geëvolueerd en de oevers opgevlucht. Dit kan nooit goed zijn en moet anders… spodden maar!

Je op onbekend terrein begeven…

Maar monotonie, verwarring en vertwijfeling vormen nu niet de meest geschikte mentale basis om iets wezenlijk nieuws uit te proberen. Er hangt immers gewoon een ‘mindere’ vibe in de lucht waardoor alles niet zo soepel als normaal loopt. Ter illustratie hiervan het volgende tafereel:
Mijn maat, een topkerel overigens en uitstekend visser, neemt de Spod van mij over en begint wat grondvoer richting zijn rig’s te werpen. Nu liggen deze allemaal dicht onder het kantje, met overhangende bomen, dus je voelt hem al aankomen. De wind slaat onder de lijn en drapeert hem netjes om een van de takken. Rukken helpt hier niet, de Spod hangt levenloos in de boom. We kijken beide wat beteuterd. Het doet mij denken aan de oude jeugdserie ‘Q en Q’. Mijn maat vloekt wat, maar kan uiteindelijk toch niets anders doen dan de lijn kapot trekken. Tja, we hebben geen boot en de Spod hangt te hoog om er bij te kunnen en te ver om er naar toe te zwemmen.
Maar nu komt het. Enigszins uit het lood gaat mijn maat verder, maar nu met een ander soort Spod; een bom-vormig projectiel dat open gaat als de punt het water raakt. Noem het voor het gemak maar een ‘tweedehandsje’. Het voer eruit laten is niet het probleem, het erin krijgen wel. Dat dit niet zo lekker gaat doet het bloed bij mijn maat sneller stromen. Als hij hem dan eindelijk gevuld krijgt, werpt hij het projectiel met volle kracht richting de bomenrand, maar de bom is niet goed gesloten. De smurrie komt overal behalve op de plek waar het zijn moet! Nog maar een keer vullen dan. Nu met extra zorg. Nadat de sluiting goed gecontroleerd is, wordt er weer geworpen. Maar dit keer is hij in zijn geagiteerdheid vergeten de spoel van zijn molen open te zetten. De bom ramt het water vlak voor hem. Niet precies op het puntje, dus hij blijft gesloten. ‘Zijn water kookt’ als mijn maat het onding binnentakelt. Op de kant raakt zijn hengel in de takken achter ons verstrikt. Zo een met van die ‘katjes’. Rukken helpt hier wel en de hengel schiet los, maar is ook direct in tweeën. Door het gehannes zijn de twee delen waaruit de hengel bestaat uit elkaar geschoven. De ‘bom’ raakt hierdoor de grond en nu is het wel een voltreffer! Overal smurrie...! Ik vraag hem beheerst of hij mijn hengels ook even wil aanvoeren... :-). Mijn maat kijkt mij verwilderd aan met zo’n blik die doet denken aan Napoleon tijdens de slag bij Waterloo. Dit is voor hem duidelijk een brug te ver. En terwijl ik pijn in mijn buik heb van het lachen hangt hij de hengel aan de wilgen en zegt: zo, handig dat spodden... moeten we vaker doen!!!

Humor...

Heerlijk even. Humor aan de waterkant! Humor is lachen en huilen tegelijk. Dat is ook wat ons overeind houdt. Zeker als je aan het blanken bent! Voor het karpervissen heb je humor nodig. Je ontkomt er niet aan. Het zijn simpele gedachten soms waar thuis zeker niet om gelachen zal worden, maar hier liggen we horizontaal! We gaan vervolgens verder met de orde van de dag. Maar je begrijpt dat deze gebeurtenis zich zo’n beetje rondom het dieptepunt van onze sessie bevond. We zaten echt vast! Wat te doen…? Langer volhouden, het roer toch nog om of verkassen…? Maar het is al zo laat... te laat eigenlijk?!

De kracht van ‘ontspanning’…

Als schrijver verbuig ik soms de realiteit. Dat is nodig om je gedachten duidelijk over te kunnen brengen, of soms is de fantasie gewoon leuker dan de realiteit. Maar veel komt toch wel direct uit dat wat ik meemaak, zo ook het volgende...
Één dag voor ons vertrek besluit ik om de strategie die wij bij aanvang wilde toepassen alsnog in te zetten; op jacht naar de vis in plaats van onderscheppen en afwachten. Het gevoel van een zeker fatalisme, als reactie op de afgelopen dagen en de gebeurtenissen rondom het spodden, heeft ervoor gezorgd dat er weer wat lucht in mijn ‘bovenkamer’ zit. De acceptatie van mijn eigen onvermogen en de simpele gedachte dat het gezien de tijd nu niet meer zoveel uitmaakt, smeert gek genoeg het verroeste denkmodel waarin ik gevangen zit. Ik raak ontspannen. De raderen draaien weer. Drie hengels worden opnieuw gepositioneerd met verschillend aas en aanbieding. Paar gebroken boilies erbij… niks geen voerplek!
Twee uur (!) voordat wij onze spullen moeten inpakken en de lange weg naar huis aanvaarden, loopt een van mijn piepers af! Bijna ongemakkelijk, na ruim 160 uren werken en wachten zonder resultaat, pak ik de hengel van mijn rodpod en maak contact met een vis. Het is de hengel met een voor mij nieuw soort rig dat ik ter plaatse bedacht heb. Een variant op de 360. Wat hoger afgesteld dan ik normaal gewend ben met een enkele pop-up als single hook. 15 spannende minuten duurt het tot mijn maat het schepnet onder de spiegel kan schuiven en ik een kreet van opluchting slaak. Maf hoe dat werkt, maar die wereld die mij zo rauw op de maag drukt ziet er opeens weer helemaal anders uit. Mijn maat is ook zichtbaar opgelucht, want hij had immers wel al vis gevangen. Ik maak een kusgebaar richting de staalblauwe lucht en dank de karpergod voor zijn lessen in geduld… Even was er die natuurlijke ontspanning, een open mind, en ik was zoals de Engelsen zo stijlvol zeggen: ‘off the mark!’
Meld uzelf aan voor onze nieuwsbrief

Nieuwsbrief

Schrijf u nu in voor onze nieuwsbrief en ontvang het laatste nieuws van The Carp Specialist in uw mailbox!

Meld uzelf aan voor onze nieuwsbrief

Onze brochure

Vraag onze brochure aan en deze belandt bij u thuis op de deurmat.

Bas

Wilt u meer informatie?

Wilt u meer informatie over dit betaalwater? Neem dan gerust contact met ons op

NL+31 344 66 48 06
BE+32 280 87 432

Whatsapp+31 6 556 88 912

Daarom boekt u bij The Carp Specialist

vissers hebben ons al beoordeeld

Algemeen
Faciliteiten
Ons aanbod
Begeleiding
Uw professionele karperreisbureau
Ruime keuze aan betaalwateren
Al tevreden vissers geholpen
De grootste community karpervissers

Deze karpermerken gingen u al voor!

Cipro Baits
NTEC
MTC Baits
Koicenter Tiel
Nash Tackle
Grain Baits
KWO
Korda
Dynamite Baits
PK Baitboats
Dragon Baits